Back to Top

De bouwsector staat voor een enorme opgave. Om de klimaatdoelstellingen te halen wordt de CO₂-uitstoot van gebouwen steeds verder teruggedrongen. Instrumenten zoals de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG), Life Cycle Assessment (LCA), BREEAM en Environmental Product Declarations (EPD’s) spelen daarbij een steeds grotere rol. Zij bepalen in belangrijke mate welke materialen en installaties worden toegepast.
Dat is een positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd bevat de huidige beoordelingsmethodiek een fundamentele tekortkoming die ertoe kan leiden dat gebouwen wel duurzamer lijken, maar in werkelijkheid minder duurzaam én minder brandveilig zijn.

De huidige rekenmethodiek onvolledig

Bij de beoordeling van de milieuprestatie van gebouwen wordt de CO₂-uitstoot over de reguliere levenscyclus berekend. Materialen, installaties, transport, onderhoud en vervanging worden nauwkeurig doorgerekend. Dat is gestandaardiseerd met de EN 15804 en EN 15978. Ook een sprinklerinstallatie telt volledig mee. De leidingen, appendages, pompen en het water zorgen voor extra CO₂-uitstoot en drukken daarmee op het beschikbare CO₂-budget van een gebouw.
Wat volledig ontbreekt, is de andere kant van de balans.
Tijdens de levensduur bestaat een reële kans dat zich een brand voordoet. Wanneer dat gebeurt, ontstaat een enorme hoeveelheid extra CO₂-uitstoot door de brand zelf, de inzet van de brandweer, de sloop van beschadigde gebouwdelen, de productie van nieuwe bouwmaterialen, transport, afvalverwerking en de herbouw van het gebouw. Deze emissies worden in de huidige LCA- en MPG-systematiek niet meegenomen.

De verkeerde economische prikkel

Hierdoor ontstaat bovendien een ongewenste economische prikkel. Veel gebouwen worden ontwikkeld door projectontwikkelaars die het gebouw na oplevering verkopen aan een belegger of eindgebruiker. Zij zijn verantwoordelijk voor het ontwerp en voor het behalen van de gewenste milieuprestaties. Zij hebben geen voordeel om te investeren in een sprinklerinstallatie en doen dat niet als ze geen voordeel hebben.
De voordelen van een sprinklerinstallatie worden pas duidelijk bij een brand; minder brandschade, minder materiaalverlies, minder sloop, minder herbouw en dus een aanzienlijk lagere CO₂-uitstoot.
Van de voordelen van een sprinklerinstallatie heeft de ontwikkelaar doorgaans geen voordeel. Zij komen terecht bij de eigenaar, de gebruiker, de verzekeraar en uiteindelijk bij de samenleving als geheel.
Voor de ontwikkelaar resteert slechts één effect: de sprinklerinstallatie kost extra CO₂-budget tijdens de bouw.
Het gevolg is voorspelbaar. Om binnen de gestelde CO₂-grenzen te blijven, ontstaat de prikkel om sprinklerinstallaties juist achterwege te laten. Niet omdat zij geen waarde hebben, maar omdat het huidige beoordelingssysteem uitsluitend de kosten registreert en niet de baten.

Brand heeft óók een klimaatimpact

Dat deze benadering onvolledig is, blijkt uit recent Zweeds onderzoek van Lund University en Bengt Dahlgren Fire Research. Zij ontwikkelden een methodiek waarbij de kans op brand wordt gecombineerd met de verwachte CO₂-uitstoot die ontstaat door brandschade en herstel. Daarmee kan de klimaatimpact van brand worden uitgedrukt in kilogram CO₂-equivalent per vierkante meter gebouw.
Hun conclusie is helder: zodra het brandrisico wordt meegenomen in de LCA, heeft dat een gunstige invloed voor met name commerciële gebouwen. Sprinklerinstallaties beperken de uitstoot van CO2 juist doordat zij branden in een vroeg stadium beheersen en grootschalige schade voorkomen.

Sprinklers besparen meer CO₂ dan ze veroorzaken

De onderzoekers laten zien dat een sprinklerinstallatie gedurende de levensduur van een gebouw veel meer CO₂-uitstoot voorkomt dan zij bij aanleg veroorzaakt.
Voor commerciële gebouwen bedraagt de klimaatwinst ongeveer 100 tot 150 kg CO₂-equivalent per vierkante meter. Met andere woorden: de CO₂-investering die nodig is om een sprinklerinstallatie aan te brengen, verdient zichzelf gedurende de levensduur van het gebouw ruimschoots terug.

Een risico op suboptimalisatie

Diverse onderzoekers, waaronder professor Jim Glockling, Cecilia Wetterqvist (Lund University) en Axel Mossberg en Hanna Nauckhoff (Bengt Dahlgren), waarschuwen al langer dat de huidige berekenmethodieken juist leiden tot suboptimalisatie. Beschermingsmaatregelen zoals sprinklers worden volledig belast met hun eigen CO₂-uitstoot, terwijl hun beschermende werking buiten beschouwing blijft. Hierdoor bestaat het risico dat installaties die de totale klimaatimpact juist verlagen, worden weggelaten om de initiële CO₂-score te verbeteren.
Deze ontwikkeling wordt extra relevant nu steeds vaker wordt gebouwd met biobased materialen, houtconstructies, zonnepanelen en energieopslagsystemen. Juist deze duurzame innovaties vragen om een hoger niveau van brandveiligheid.

Tijd voor een eerlijke Life Cycle Assessment

Het is daarom tijd voor een volgende stap in de ontwikkeling van klimaatinstrumenten.
Wanneer installaties zoals sprinklerinstallaties worden opgenomen in MPG-, LCA-, BREEAM- en EPD-berekeningen, moet ook hun positieve bijdrage aan de klimaatprestatie worden meegewogen. Niet alleen de CO₂-uitstoot van de aanleg, maar juist ook de CO₂-uitstoot die gedurende tientallen jaren wordt voorkomen doordat een gebouw behouden blijft.
Alleen dan ontstaat een eerlijke vergelijking tussen verschillende ontwerpkeuzes.
Voorbeelden van de de berekeningen zijn te vinden in ‘A methodology for the integration of fire risk in building life cycle analysis’ door Mossberg, Wetterqvist e.a., gepubliceerd in Fire Safety Journal (2026) [1]. Al in 2010 verscheen er onderzoek geverifieerd met echter brandtesten van Wieczorek, Ditch e.a. van FM [2].

Een oproep aan de overheid en bouwsector

Brandveiligheid en duurzaamheid zijn geen tegengestelde belangen. Integendeel. Een gebouw dat na een grote brand grotendeels moet worden gesloopt en opnieuw gebouwd, is per definitie niet duurzaam.
Daarom roepen wij beleidsmakers, normontwikkelaars, opdrachtgevers en beheerders van beoordelingssystemen zoals MPG, BREEAM en LCA op om de klimaatvoordelen van actieve brandbeveiliging structureel mee te nemen in toekomstige beoordelingsmethodieken.

Niet alleen de CO₂-uitstoot van een sprinklerinstallatie moet worden berekend, maar ook de CO₂-uitstoot die zij voorkomt.
De bouwsector staat voor de uitdaging om gebouwen te realiseren die niet alleen vandaag duurzaam zijn, maar dat ook over vijftig of honderd jaar nog blijken te zijn. Dat vraagt om beoordelingsmethoden die verder kijken dan de huidige berekeningen CO₂-uitstoot en ook rekening houden met de impact van brand én de waarde van brandpreventie. Pas dan ontstaat een werkelijk eerlijke vergelijking tussen ontwerpkeuzes.

Vragen? Neem contact op met John van Lierop john@eurosprinkler.org


[1] https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0379711225002656?via%3Dihub

[1] https://brandveiligwonen.org/wp-content/uploads/2021/03/20100300-Wieczorek-Ditch-FM-technical-Report-environmental-impact-.pdf.

    Deze site gebruikt cookies van Google om services te leveren en verkeer te analyseren. Bij gebruik van deze website gaat u hiermee akkoord.